De geschiedenis van Heiloo

Het ontstaan van Heiloo

Heiloo is evenals Limmen en Alkmaar gelegen op een oude strandwal. Evenwijdig aan de kust van Noord- en Zuid-Holland liggen verschillende van deze strandwallen, die zijn ontstaan als zandafzettingen van de zee ten gevolge van eb- en vloedbewegingen. In de ontstaansperiode van de strandwallen heeft de kustlijn zich enkele malen in westelijke richting verlegd, zodat er in de richting van oost naar west een drietal elkaar in ouderdom opvolgende strandwallen te vinden zijn. De oudste strandwal is die waarop nu Uitgeest, Akersloot en Boekel liggen (gevormd circa 3.000 v. Chr.). De tweede strandwal is gevormd circa 1900 v. Chr. Hierop is Alkmaar ontstaan en verder Heiloo en Limmen. De jongste, meest westelijke strandwal (Wijk aan Zee, Egmond aan de Hoef, Bergen) is bijna geheel overstoven door de jonge duinen die later zijn ontstaan en veel hoger en steiler zijn, doordat zij hoofdzakelijk onder invloed van de wind zijn gevormd.

Tussen deze uit zandgrond bestaande strandwallen liggen z.g. "strandvlakten". In deze strandvlakten heeft een veenvorming plaatsgevonden en is bij overstromingen door de zee zware klei (zogenaamde "pikklei") afgezet. Over het veen ligt vaak zand dat van de strandwal is afgewaaid waardoor het oorspronkelijke hoogteverschil tussen strandvlakte en strandwal steeds minder is geworden. Op deze wijze ontstonden de zgn. "geesten". ("Geest" ook wel "gaast" of "gast" is de zandige grond tussen de duinen en het polderland. Dit is nog terug te vinden in de plaatsnamen Uitgeest, Gaasterland, Grootegast. De strandwallen moeten al kort na hun ontstaan bewoning hebben gekend zoals uit archeologische vondsten is gebleken. De oudste bewoners hebben zich vermoedelijk gevestigd op de aanvankelijk met bos begroeide, betrekkelijk hoge strandwallen. Dit gebied was in het begin minder geschikt voor permanente bewoning maar leende zich door de aanwezigheid van stranden, schorren, moerassen en bossen uitstekend voor de jacht en de visvangst. Op de strandwallen vond men een vaste bodem en een gemakkelijke toegankelijk bos. Door het kappen en afbranden van het bos en laten weiden van vee werd het bos teruggedrongen en ging men ook meer gebruik maken van de gemakkelijk te bewerken bodem.

De nederzettingsvorm die zich op deze wijze in Kennemerland op de strandwallen ontwikkelde was die van de "geestnederzetting" waarvan de eerste vermoedelijk uit de periode van de 4e tot de 7e eeuw stammen. Heiloo is ontstaan op de middelste Noordkennemerstrandwal als een der oudste boerendorpen van Kennemerland. Bijzonder is echter dat in het gebied van Heiloo zelf geen oude "geesten" terug te vinden zijn, terwijl deze wel voorkomen in de destijds rondom Heiloo gelegen nederzettingen. Misschien kan dit worden verklaard door de veronderstelling dat er in Heiloo, dat centraal ligt in Kennemerland, een heilig bos was.

De oorsprong van de naam Heiloo

Wat is de betekenis van de naam van onze gemeente, anders gezegd waar komt de naam Heiloo vandaan? Vrijwel algemeen zal het antwoord op die vraag luiden: "heilig bos". Immers het voorvoegsel "hei" is een samentrekking van "heilig" en "loo" is het middeleeuwse woord voor bos. In het boek "Oudtheden en gestichten van Kennemerland, Amstelland, Noordholland en Westvriesland" komt de schrijver H. van Rijn tot de aanduiding: "Heilo of Heiliglo is zooveel te zeggen als een heilige hoogte, welke benaaming aan deze plaats gegeeven is, omdat de eerste geloofsverkondigers en vooral de heilige Willibrordus dezelve plaats dikwils bewandelt en er veel gepreekt en gearbeidt en groote wonderwerken gedaan hebben".

En de Nederlandse Stads- en Dorpbeschrijver komt in zijn boekje "Het ambacht Heiloo en Oestdom" tot een geheel andere en zeer opmerkelijke omschrijving ten aanzien van de naamsoorsprong. "Dit ambacht is weleer en wel reeds in den jare 980 en 1063 onder de naam Heilichloe of Heiligelo bekend geweest; sommige willen dat die naam zoude betekenen, dat de plaats van heilige leeg gemaakt zoude weezen (onder anderen door Willebrordus) en dat haar daarom denzelven naam zoude gegeven weezen".

Voorts is het bekend dat het door Willibrordus gestichte kerkje op een terp stond en in het geval van overstromingen e.d. een schuilplaats was voor mens en dier; een hoogte die veiligheid bood. Verder blijkt dat één van de alleroudste kaarten, dat de Willibrordusweg er wel was, maar dat dit een geheel andere weg was dan het lange schuine pad door het bos, waarlangs Willibrordus zich zou hebben begeven. Een hechte relatie met de oude "heilige wouden", die een taalkundige verklaring oproept, is langs historische weg niet tot stand te brengen, ondanks de aardige legende van Willibrords preekstoel. Dit alles neigt ertoe te stellen, dat de motivering "heilig bos" moeilijk te aanvaarden is en dat de theorie zoals die voorkomt in het boek "Oudtheden en gestichten van Kennemerland, Amstelland, Noordholland en Westvriesland" n.l. Heiloo betekent "heilige hoogte" als de meest aannemelijke moet worden beschouwd.

Het gemeentewapen van Heiloo

Vanwege de koning
De hooge Raad van Adel, gebruik makende van de magt aan denzelven verleend bij besluit van den 20sten Februari 1816 bevestigt bij dezen de gemeente Heijlo ingevolge het door gedaan verzoek, in het bezit van het navolgende wapen: zijnde een schild van keel, met een kruis paté alaizé, gedekt met eene kroon van goud, gehouden ter regterzijde door eenen vogel grijp, ter linker door eenen leeuw, beiden van hetzelfde, en staande op eenen grond van natuurlijke kleur.

Het wapen bestaat uit een schild van keel (rood), met een kruis van paté (breedarmig) alaizé (verkort, d.w.z. de schildranden niet rakende) van zilver, gedekt met een kroon van goud en gehouden ter (heraldisch) rechterzijde (links op de afbeelding) door een vogel grijp (of griffioen, een fabelachtig dier, half leeuw, half arend met arendsvleugels), ter linker (rechts op de afbeelding) door een leeuw, beide van het zelfde (goud), op een grond van natuurlijke kleur.