Nieuws

Half miljoen euro voor Willibrordus

ARCHIEF: Donderdag 19 december 2013 HEILOO - De provincie Noord-Holland heeft ruim 5 ton euro subsidie verleend voor de restauratie van de Willibrordusstichting.

De voormalige St. Willibrordusstichting aan de Kennemerstraatweg ondergaat een ingrijpende restauratie. De koepel van de Kapel verandert langzaam van groen naar bruin omdat de koperen dakplaten worden vervangen. Het sfeervolle gebouw krijgt na de restauratie een nieuwe bestemming en staat een bruisende toekomst te wachten.

Subsidie
De kosten van de restauratie zijn aanzienlijk. Alleen al kosten voor de Kapel bedragen meer dan een miljoen euro. Daarom heeft men een beroep gedaan op subsidie bij de provincie Noord-Holland. Vanaf dit jaar zijn de provincies verantwoordelijk voor de verdeling van de rijksgelden die voor restauratie van rijksmonumenten bestemd zijn.

Gisteren werd het groene licht gegeven. Maar liefst 502.000 euro wordt overgemaakt: 187.000 voor de Kapel en 315.000 voor het Hoofdgebouw, waarin tegenwoordig een bedrijvencentrum is gehuisvest. Volgens projectinspirator Nico Adrichem betekent de toekenning van de subsidie een bevestiging van de unieke locatie die de St. Willibrordusstichting in Heiloo is.

Donderdag 19 december 2013 − bron: Willibrordus Business Centrum

2023-01-27 Subsidie energiebesparing bestaande woningen verlengd
2023-01-25 Verdachte (64) opgepakt voor brandstichting in GGZ-kliniek
2023-01-25 Verdachte (64) opgepakt voor brandstichting in GGZ-kliniek
2023-01-25 Verdachte (64) opgepakt voor brandstichting in GGZ-kliniek
2022-06-08 Subsidie energiebesparing huurders
2022-06-04 Automobiliste rijdt vijver in op Landgoed Willibrordus
2021-07-19 Mini-schermen mogelijk door investering
2021-07-02 3500 jaar geleden liep in Heiloo iemand rond met schoenmaat 39.
2021-06-10 Meevaller voor Heiloo.

Meer nieuws met willibrordus rijksmonument subsidie


Bron: Karin Donkers
bron: Karin Donkers
Bron: Dorien Kotterman
bron: Dorien Kotterman
Bron: Ruud Bos
bron: Ruud Bos
Bron: Marijke van Putten
bron: Marijke van Putten